De authenticiteitsparadox

Hoofdstuk
Artikelen Colofon
Delen

Uniek in je eentje, maar wat dan nog?

Tekst Fotografie
Lieve de Vreede Lieve de Vreede

Er overkomt me dikwijls een kriebelig gevoel, wanneer ik de trappen van de UB in Groningen beklim. Geen leuke kriebel, die je voelt als je gaat verhuizen, maar eerder eentje die je krijgt van de friemelende pootjes van insecten. Jeuk. Clipjes geklemd in lange, glanzende haren. Elastische, beschadigde “broeken” – voor zover dit kledingstuk nog onder de categorie broek valt– met felgekleurde sportschoenen eronder. ‘Boef’-truien waarbij je al weet dat niemand minder ondeugend is dan de drager ervan. Ik scan mezelf om te checken of ik genoeg van dit prototype Groningse studente afwijk.

Uniciteit en authenticiteit

De noodzaak me te onderscheiden van anderen in uiterlijk vind ik belangrijk. Ik wil –althans in bepaalde mate, niet al te gek natuurlijk - uniek zijn. Waarom wil ik dit? Omdat uniciteit in mijn ogen sterk verweven lijkt met authenticiteit, iets dat ik net als ieder ander nastreef. De twee termen worden haast inwisselbaar. Vreemd, want terwijl het eerste begrip in essentie afhankelijk is van anderen - uniciteit impliceert dat anderen niet zo zijn-, is dat bij authenticiteit anders. Authenticiteit heeft namelijk iets te maken met eigenschappen rondom idealen en creativiteit,  met hoe ik mezelf ontplooi. Zaken die niet per se relatief zijn en waarvoor je anderen dus niet nodig lijkt te hebben. In hoeverre zijn uniciteit en authenticiteit nu echt met elkaar verbonden? Of met andere woorden: welke rol spelen anderen bij mijn authenticiteitsideaal? Heb ik hun erkenning nodig?

In De malaise van de moderniteit (1991) neemt Charles Taylor afscheid van het gebruikelijke idee van authenticiteit als zelfontplooiing, waarbij de nadruk op je unieke, vrije ‘zelf’ ligt. Het idee dat we (de erkenning van) anderen nodig hebben voor onze identiteit is voor Taylor helemaal niet problematisch, maar juist heel essentieel. Uniciteit is in zijn ogen op zichzelf betekenisloos. 

Taylor staat bekend als een communitarist. Dit zie je zowel in zijn ideeën over het zelf als in zijn politieke ideeën terug. Communitarisme ziet de  gemeenschap of commune als primair ten opzichte van het individu. Dit is tegen intuïtief, omdat de gemeenschap, in de gangbare zin van het woord, juist als een optelsom van individuen gezien wordt. Je hebt primair een individu, en wanneer je daar een boel van hebt ontstaat een gemeenschap. Maar wat Taylor bedoelt als hij de gemeenschap primair beschouwt is dat individualiteit pas haar betekenis krijgt in een gemeenschap. ‘Mijzelf definiëren betekent uitvinden wat er significant is in mijn verschil met anderen’1 Ik hoor je denken; daar heb je weer zo’n vage filosoof die een taalspelletje speelt met definities. Taylor, die zijn boek niet slechts voor academici schreef, had zelf ook door dat dit niet alle helderst klinkt. Hij illustreert dit idee dan ook met een gedachte-experimentje. 

Stel, zegt hij, je hebt precies 3732 haren op je hoofd en bent daar volstrekt uniek in. Niemand anders op aarde heeft precies datzelfde aantal haren. Mag je nu bepalen dat dit feit, vanwege haar uniciteit bijdraagt aan je authenticiteit? We zijn geneigd te denken van niet en Taylor is dat met ons eens. Hij stelt: ‘Ik ben misschien de enige persoon met precies 3732 haren op mijn hoofd, of precies even groot als een boom in de Siberische toendra, maar wat dan nog?’2 Immers, het aantal haren op je hoofd is geen betekenisvolle eigenschap. Wel een betekenisvolle eigenschap vinden we bijvoorbeeld een studiekeuze, politieke voorkeur of morele overtuiging. De vraag is nu:, wat maakt de ene eigenschap betekenisvol en de andere betekenisloos; wie bepaalt dat? Volgens Taylor geeft de zogenaamde betekenishorizon antwoord op deze vraag; een gemeenschappelijk kader waarin we, door gedeelde ervaringen, bepalen wat wel en niet van betekenis is. We zien het verschil met mijn verlangen er uniek uit te zien in de UB: het lijkt voor mij alsof het belangrijk is dat ik uniek ben, maar eigenlijk wil ik dat anderen de betekenis van die uniciteit erkennen. Ik ben in de veronderstelling dat hoe ik eruit zie een betekenisvolle eigenschap van mezelf is, waarbij die betekenis juist afhankelijk is van die anderen. Ik bepaal tenslotte niet welke kleren wel en niet authentiek zijn. Je kunt alleen op een betekenisvolle manier uniek zijn tegen een gedeelde achtergrond van wat geldt als ‘de moeite waard’. In het moderne authenticiteitsideaal erkennen we dit niet volgens Taylor.

Authenticiteitsideaal en politiek

Taylor baseerde ook zijn politieke theorie op het communitarisme. Het liberalisme als politieke stroming, dat destijds steeds invloedrijker werd, ziet Taylor als een voedingsbodem voor een verkeerde omgang met onze individualiteit. Het leidt tot egocentrisme en narcisme, en is afhankelijk van bovenstaande authenticiteitsideaal. Verenigingen, politieke partijen en andere communes worden volgens hem slechts instrumenteel gebruikt; we zijn niet politiek betrokken omdat het belangrijk is om de gemeenschap te bevorderen, maar omdat het ons als individu iets oplevert. Dit zie je volgens hem terug in de moderne authenticiteitscultuur: alles draait erom jezelf te definiëren en zo veel mogelijk vrij te zijn in je keuzes. Vrij kiezen is op zich goed, maar we neigen hieruit te concluderen dat elke keuze even waardevol is. Het idee dat niemand de keuzes van een ander kan bekritiseren omdat elke keuze een soort voorkeur is noemt Taylor zacht relativisme. Hierin bestaan dus geen slechte of goede keuzes: er zit geen morele waarde in wat je kiest.

Tegen het zacht relativisme brengt Taylor ten eerste in dat het eigenlijk al een soort meta-waardenpatroon impliceert, waardoor het zichzelf ontkent. Je kunt je alleen beroepen op de gelijkheid van twee keuzes wanneer “gelijkheid” in het overkoepelende waardenpatroon zit. Daar komt nog bij dat zacht relativisme in een radicale ontkenning van betekenis resulteert; alles wat je kiest wordt willekeur omdat er geen rechtvaardiging is voor de ene dan wel de andere keuze. Immers, het feit dat iets, wat dat ook mag zijn, vrij gekozen wordt maakt het al tot iets waardevols. Maar door te zeggen dat alles wat je kiest goed is, ontken je dat er een betekenishorizon bestaat waaruit volgt dat sommige keuzes belangrijker zijn dan andere. Je keuze voor een bepaalde moraal zou ineens net zoiets zijn als de keuze voor de haarkleur van je partner; iets dat er eigenlijk niet echt toe doet. 

Bovenstaande redeneerfout laat volgens Taylor dus zien wat er mis is met het moderne authenticiteitsideaal, waarom dit resulteert in een soort nihilisme waarin alle betekenis verdwijnt. Het voorop stellen van zelfontplooiing en het waarderen van keuzes omdat ze vrij zijn, laat geen ruimte over voor het bekritiseren van andermans keuzes en waarden. Authentiek zijn heeft iets te maken met in overeenstemming zijn met de juiste betekenishorizon. De kunst zit er dus in om die juiste betekenishorizon gezamenlijk, door deliberatie, expliciet te maken. Discussie over wat dan precies de juiste is hoort daarbij. Betekenis en authenticiteit gaan dus eigenlijk over een gemeenschappelijk ideaal en is daarmee nogal politiek van aard. Het is dus nog maar de vraag of Taylor de uniciteit van mijn trui of broek betekenisvoller zou vinden dan het aantal haren dat tussen één van de clipjes zit. De (politieke) betekenishorizon van UB-bezoekers is tenslotte vrij betekenisloos tegen die van cultuurcritici en filosofen.

 1 Taylor, Charles, 1991, De malaise van de moderniteit, Cambridge: Harvard University Press, p.46 
2 Taylor, Charles, 1991, De malaise van de moderniteit, Cambridge: Harvard University Press, p.46

Hoofdstuk 1 Maatschappij
Essay Authenticiteit en maatschappij

Werkgevers zoeken authentieke werknemers, we willen natuurlijk voedsel zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen en bovendien volgens originele receptuur, we maken verre reizen naar landen waar de oorspronkelijke stammen nog in hun natuurlijke habitat leven en kijken naar televisieprogramma’s die het oorspronkelijke boerenleven laten zien. Dit zijn slechts een aantal voorbeelden die aantonen hoe sterk onze hunkering naar het echte, pure, authentieke leven is.

Lees essay
Column Sprookjesbos

Als ik toch eens in de Hutspot mocht wonen, dan heeft alles betekenis. Het eerste dat ik zie als ik wakker word zijn de reageerbuisjes met gedroogde paardenbloemen aan de muur. Die herinneren me aan de tijd dat ik reageerbuizen jatte uit het scheikundelokaal en paardenbloemen leeg blies om te bepalen of een klasgenoot verliefd op me was.

Bekijk Column
Essay Uniek in je eentje, maar wat dan nog?

Er overkomt me dikwijls een kriebelig gevoel, wanneer ik de trappen van de UB in Groningen beklim. Geen leuke kriebel, die je voelt als je gaat verhuizen, maar eerder eentje die je krijgt van de friemelende pootjes van insecten. Jeuk. Clipjes geklemd in lange, glanzende haren. Elastische, beschadigde “broeken” – voor zover dit kledingstuk nog onder de categorie broek valt– met felgekleurde sportschoenen eronder. ‘Boef’-truien waarbij je al weet dat niemand minder ondeugend is dan de drager ervan. Ik scan mezelf om te checken of ik genoeg van dit prototype Groningse studente afwijk.

Lees essay
Volgend hoofdstuk
Zelfverbetering



Alle essays en artikelen
Bekijk
Inhoudsoverzicht

Bekijk
Volgend essay

Een kleine revolutie
Delen op

Facebook
Twitter