De authenticiteitsparadox

Hoofdstuk
Artikelen Colofon
Delen

Authenticiteit is de zin van het leven

Tekst Illustratie
Jannes Heidinga Bram Dirven

Na de toetsen, de groeispurt, het eerste vriendinnetje en loon vroeg Jonas zich af: ‘Waarom leef ik?’ Zoeken deed hem vinden dat dit een vraag is die velen bezighoudt. Men zou kunnen zeggen dat het de vraag van de mens is: Wat is de zin van het leven?

Dat Jonas een mens is acht Jonas zeker, want hij bezit uiterlijke en innerlijke gelijkenissen met de mensen. Jonas vindt dat hij voldoet aan de gelijkenissen zoals zicht, gehoor, emotie, rede, taalvaardigheid etc. Niet geheel onbelangrijk is dat ook de mensen vinden dat Jonas voldoet aan de gelijkenissen die hij moet hebben om in het talige hokje ‘mens’ te mogen zitten.

Jonas ziet zichzelf als onderdeel van het soort organisme dat een bepaalde set aan zintuigen heeft alsmede de vaardigheden om deze op een bepaalde manier te gebruiken. Vandaar dat zijn vraag die van velen is. Hij en de zijnen met hun set aan zintuigen hebben vragen omtrent de zin van het opgezadeld zijn met deze zintuigen. Let wel, niet de oorzaak maar de zin is dat wat wordt bevraagd. De zin van Jonas zijn leven, die in verhouding staat tot een doel tijdens dit leven (want of iets zin heeft is afhankelijk van welk doel er wordt nagestreefd), en wat dat te maken heeft met authenticiteit. Dat is waar dit stukje tekst over gaat.

De aanname dat mensen allemaal gelijk zijn is er één die wat haastig is gemaakt en wel waarschijnlijk vanuit de behoefte aan verbondenheid ingegeven door een verleden van onderlinge onderdrukking. Want de mensen houden er de gewelddadige gewoonte op na om elkaar op regelmatige basis de schedel in te slaan. Of deze op te blazen.

Hoewel de mensen dus vaak spreken over ‘gelijkheid’ leert nadere beschouwing dat de mensen allen een andere geschiedenis bezitten, wisselende vaardigheden hebben en vaak over verschillende zintuigen beschikken; het oog van de één is niet het oog van de ander. De mensen lijken weliswaar op elkaar, maar zijn zeker niet gelijk. Jonas is anders dan de rest van de mensen op zijn wereld.

Ook leert de beschouwing van de mens dat de mens zichzelf los ziet van de wereld. Dit noemen de mensen ‘bewustzijn’. Een gedachtekronkel die leidt tot, of ontstaan is vanuit, een idee genaamd ‘het zelf.’ Door dit idee van het zelf bestaat een onderscheid tussen ‘de mens’ en ‘de wereld’, of door het onderscheid tussen de mens en de wereld bestaat het idee van het zelf. Dit klinkt wellicht wat vaag, maar oorzaak en gevolg zijn in deze niet te achterhalen. Omdat we hier een situatie aan het benaderen zijn waarin ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ als talige termen (nog) niet bestaan, is het onmogelijk ze te willen benoemen. Ook voor het verhaal acht ik het beter om dit niet te willen proberen, je zou een poging ertoe kunnen lezen in mijn boek ‘Jonas de onwaarschijnlijke’. Het gaat er nu om dat Jonas bewust moet zijn van het feit dat hij zichzelf ziet als een ‘zelf’ in een ‘wereld’. 

Dit onderscheid maakt dat ik deze tekst kan schrijven. Want zonder een zelf in een wereld is er niks te beschrijven. Er zijn namelijk geen woorden in een wereld zonder het zelf. Denk er maar over na. Wie zou deze tekst moeten schrijven, wie zou hem moeten lezen en waarover zou de tekst moeten gaan als er geen verschil is tussen ‘de wereld’ en ‘het zelf’ dat de wereld beschrijft?

Het bijkomend gevolg van deze praktische ingreep genaamd ‘taal’ is dat elke keer als Jonas iets benoemt in zijn wereld, hij het tegenovergestelde creëert. Dit is gedaan met het zelf en de wereld, en wordt bijvoorbeeld ook gedaan met de term ‘authentiek'. Zodra Jonas iets authentiek noemt schept hij het ‘niet authentieke’ of het ‘onorginele’.

Terug naar het zelf. Tot veler verbazing blijkt het zo te zijn dat de mens in het zich bewust zijn van het zelf niet uniek is. Experimenten wijzen uit dat bijvoorbeeld ook olifanten en raven een idee van het zelf hebben. Helaas kunnen we als mensen hen niet vragen hoe zij, olifanten en de raven, het zelf of hun bewustzijn zien. Want zij zijn dieren, en dieren kunnen niet spreken in de ons bekende taal.* Dat dieren zichzelf kunnen herkennen in de wereld laat zien dat ze zich in zekere zin bewust zijn van het zelf, maar zegt niet dat ze over een bewustzijn zoals dat van de mens beschikken. Wat dat ook maar mag betekenen. Hoewel Jonas een andere ervaring heeft van de wereld, en beschikt over een taalvermogen, moet Jonas wel in zijn achterhoofd houden dat zijn ervaring raakvlakken heeft met de dierlijke (niet menselijke) ervaring.

Waar het zelf van de mens en andere dieren geboren is laat zich raden. Jonas weet dat er zaken zijn die de mens als handelend persoon niet kan controleren, en andere dingen wel. Jonas kan bijvoorbeeld een appel in zijn hand nemen maar kan deze niet aan zijn hand laten groeien. Dit is handig om te weten, want als Jonas ervan uit zou gaan dat eten aan zijn handen groeit, dan was een hongerdood voor Jonas al lang geschied. Jonas overleeft omdat hij beseft dat hij geen eten aan zijn handen kan groeien maar dit eten in zijn mond moet stoppen als hij het vindt.

Waar ik naar toewerk met dit relaas is dit: Hoewel het moeilijk is precies af te kaderen wat een mens zijn precies betekent, heeft het vrijwel zeker iets te maken met controle en belevingswereld. Hieraan gekoppeld is het vermogen tot taal. Zou Jonas een hand kunnen voelen vanuit de appel, en zou Jonas als appel kunnen groeien, dan zou Jonas vinden dat hij een appel is, en zou hij de wereld als vanuit een appel omschrijven. Gelukkig is dit niet het geval want Jonas vindt een appel aan een boom een op zichzelf staand iets. Iets dat losstaat van hem als mens. Daarom geeft Jonas het ding de naam ‘appel’.

Hoewel Jonas zich nog nooit een appel heeft gevoeld, kan hij zich als mens wel identificeren met de eigenschappen van een appel. Jonas en de andere mensen zijn psychisch bij machte om zichzelf de symboliek van een appel toe te eigenen. Ze kunnen henzelf of andere mensen en objecten (dood of levend), eigenschappen toedichten die hun oorsprong vinden in het beeld dat wij als mens hebben van de appel. Bijvoorbeeld zoetigheid, een glans, of de Bijbelse variant: kennis.

Het is mooi om te zien dat Jonas dit kan doen. Betekenissen en eigenschappen van een object dat losstaat van zichzelf onder woorden brengen. Erg bruikbaar ook om de ervaring over te brengen op anderen. Het is niet voor niks dat ik het beeld van een appel heb gekozen om dit punt te maken. Vele mensen zullen dezelfde eigenschappen die ik zojuist aan een appel heb toebedeeld erkennen. Maar niet alle mensen zullen dit doen.

Want we kunnen Jonas een appel smerig laten vinden omdat hij vorig jaar drie dagen ziek is geweest van bedorven appelsap. Hij kan de geur en smaak van een appel nu niet meer luchten! En we bepalen dat Jonas, vanwege een aangeboren gezichtsbeperking, nog nooit de glans van een appel heeft gezien, waardoor hij zich niet kan vinden in het beeld van ‘een mooie glimmende appel’. Tevens heeft hij door dit gebrekkige zicht nog nimmer de Bijbel gelezen. In dit extreme voorbeeld zien we hoe de eigenschappen van een begrip kunnen veranderen als de waarneming ervan verandert.

Omdat ik schrijver ben mag ik contexten en werelden scheppen waarin ik waarheden kan creëren, zonder (hopelijk) beschuldigd te worden van pseudo­wetenschap. De gedachte dat eigenschappen van een object veranderen als de waarneming verandert is de bodem onder al mijn schrijven. De appel die ik omschrijf is als een bliksemschicht en heeft een contactpunt nodig om zich te kunnen openbaren. Jonas is het contactpunt waardoor de appel zich kan tonen. Dit betekent dat de appel is omdat Jonas er is, en dat de appel is zoals hij is omdat Jonas is zoals hij is.

In zoverre de relatie Jonas en appel. Wat als we ons hetzelfde proberen af te vragen met het begrip ‘authentiek’? Met hetzelfde bedoel ik het volgende: zouden we de wereld kunnen ervaren vanuit het ‘authentieke’ en het ‘niet authentieke’, en kunnen we het begrip authenticiteit veranderen door er een bepaalde geschiedenis aan vast te hangen?

Eerst het algemene begrip van authenticiteit. Authenticiteit betekent origineel, oorspronkelijk, overeenkomstig met bepaalde kenmerken van een bepaalde tijd, eigenhandig vervaardigd en geloofwaardig.

Als Jonas zich af zou vragen ‘Ben ik authentiek?’, zou hij dan kunnen zeggen van niet? Wetende dat hij over een eigen geschiedenis beschikt en over een unieke, originele, oorspronkelijke, eigenhandig vervaardigde en geloofwaardige waarneming die overeenkomstig is met bepaalde kenmerken van de tijd, moet hij zichzelf antwoorden dat hij inderdaad authentiek is.

Maar kan Jonas zich inbeelden dat hij niet authentiek is? Deze vraag stellen is als het vragen of Jonas zich misschien kan inbeelden niet mens te zijn. Nu hebben we deze vraag al eerder gesteld aan Jonas en we weten dat Jonas dit kan. Hij kon zich immers ook inbeelden een appel te zijn. Toch moet hij nu iets doen wat in alle opzichten haaks staat op wat een mens zijn betekent. Een appel heeft voor Jonas meer raakvlakken met het menselijke dan het niet authentieke met het menselijke heeft. En wel om het volgende.

Wat gelijk in Jonas opkomt als beeld van het niet authentieke is een machinaal vervaardigd ‘dertien in een dozijn’ object zoals de broden bij de Albert Heijn, of het scherm waarvan je dit artikel leest. Toch hebben deze objecten ook een eigen geschiedenis en kan Jonas zich inbeelden dat hij vanuit het object (het brood of het scherm) de wereld zou ervaren. Hij zou als brood of scherm zijn eigen ervaringen opdoen en gevormd worden door deze ervaringen. Deze ervaringen maken zijn bestaan authentiek, waardoor hij het ‘niet authentiek zijn’ verliest.

Zo komen we erachter dat authenticiteit een uitermate relatief begrip is. Om compleet niet authentiek te zijn moeten we ons namelijk voorstellen dat er twee of meer precies op dezelfde manier vervaardigde objecten zijn die vervolgens precies dezelfde ervaringen met dezelfde waarneming hebben gedurende de tijd dat ze de wereld waarnemen. Waanzin die de eerder benoemde appel ­analogie ver te boven gaat.

Het antwoord op de vraag of we de wereld zouden kunnen ervaren vanuit het authentieke, en het niet authentieke, is nee. Omdat alles per definitie authentiek is. Het ene kan alleen meer authentiek dan het andere zijn. Kunnen we nu net als bij het voorbeeld van de appel die zijn smaak, glans en betekenis verloor, door af te wijken van de ‘normale’ waarneming, Jonas zijn waarneming van het ‘authentieke’ wijzigen?

Laten we ons voorstellen dat Jonas leeft in een wereld waar het natuurlijke naar de achtergrond is verdreven en de dingen over het algemeen machinaal vervaardigd worden. En laten we stellen dat de mensen in Jonas zijn wereld dit eigenlijk helemaal niet fijn vinden, en daarom liever in de waan leven dat ze authentieke, handmatig vervaardigde dingen bezitten. Vooral omdat in die wereld bezit erg belangrijk is. Dan zou het gebruiken van het begrip authenticiteit zeer waardevol kunnen zijn om Jonas en de mensen dingen te laten begeren.

En, omdat in diezelfde wereld authenticiteit een relatief begrip is, kan er goed mee gespeeld worden. Veel makkelijker dan met het algemeen geaccepteerde begrip van de appel. Daarom proberen krachten in Jonas zijn wereld de ervaring van authenticiteit te veranderen, door het als kenmerk te gebruiken op objecten of mensen terwijl die eerst per definitie authentiek waren. En daarom kopen de mensen in Jonas zijn wereld nu ‘authentiek brood’, geloven ze ‘authentieke politici’ en proberen ze krampachtig ‘authentiek’ te leven. Voor de mensen in Jonas zijn wereld is het begrip van authenticiteit veranderd zoals de appel voor Jonas is veranderd. Het is nu voor de mensen in Jonas zijn wereld een doel geworden om authentiek te zijn.

Dit is waar Jonas, de zin van het leven, authenticiteit en het zelf samenkomen. Omdat de mensen in Jonas zijn wereld nu het doel hebben ‘authentiek te zijn’, kunnen we zeggen dat voor de mensen een zin van het leven is, dat ze authentiek willen zijn. Maar voor Jonas is authenticiteit niet een zin van het leven, het is dé zin van het leven. De authentieke waarneming is het contactpunt dat een wereld nodig heeft om zich te openbaren. Dit geeft waarde aan Jonas zijn bestaan en aan dat van alle andere mensen.

Waar een groep mensen in Jonas zijn wereld heeft besloten voor een relatieve vorm van authenticiteit, kiest Jonas ervoor de oorspronkelijke betekenis van authenticiteit in stand te houden. Jonas schept zo een ware authentieke wereld die alleen door Jonas kan worden waargenomen. Door te blijven werken aan de ervaring van deze wereld, verandert hij de wereld. Hij beschouwt dit als een prachtig doel voor zijn leven. Niet omwille van gelijkheid, maar omwille van verschil, dat zich uit in authenticiteit.

*Ik ben mij bewust van de experimenten waarin aapachtigen, door middel van een systeem met afbeeldingen, woorden worden aangeleerd. Hoewel dit taalvermogen zeker raakvlakken heeft met het menselijke, zeer waarschijnlijk omdat het eruit is ontstaan, zie ik het niet als menselijk taalvermogen.

Hoofdstuk 2 Zelfverbetering
Essay Authenticiteit en spiritualiteit

‘God is dood en wij hebben hem vermoord’, met dit citaat schreef de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche in de 19e eeuw geschiedenis. De dood van God betekent voor Nietzsche dat wij niet meer kunnen terugvallen op de christelijke normen en waarden die daarvoor de leidraad vormden, maar dat we op zoek moeten naar een moraal die niet meer gebaseerd is op de grondbeginselen van het christendom. De heersende gedachten over goed en kwaad en waarheid kwamen daarmee op losse schroeven te staan. Het citaat betekent in die zin meer een zoektocht naar een nieuwe fundering omtrent de morele waarden dan dat het iets concreets zegt over het bestaan van God.

Lees essay
Essay Authenticiteit is de zin van het leven

Na de toetsen, de groeispurt, het eerste vriendinnetje en loon vroeg Jonas zich af: ‘Waarom leef ik?’ Zoeken deed hem vinden dat dit een vraag is die velen bezighoudt. Men zou kunnen zeggen dat het de vraag van de mens is: Wat is de zin van het leven?

Lees essay
Essay Een kleine revolutie

De zon staat al hoog aan de hemel en werpt met al zijn kracht een genadeloze hitte op het aardoppervlak. Daar, helemaal alleen, verstoken van enige vorm van menselijk contact, aan de voet van de berg die hij al zo vaak gezien en beklommen heeft, waarvan hij elke rots, elke kiezelsteentje, elke oneffenheid kent. Aan de voet van die berg, die het toneel van zijn straf vormt en het instrument van zijn pijn, zien we Sisyphus.

Lees essay
Volgend hoofdstuk
Zelfverbetering



Alle essays en artikelen
Bekijk
Inhoudsoverzicht

Bekijk
Delen op

Facebook
Twitter