De authenticiteitsparadox

Hoofdstuk
Artikelen Colofon
Delen

Authenticiteit en techniek

Tekst Illustratie
Tjalle Hijlkema Anne Staal

De houding ten opzichte van techniek is de afgelopen jaren sterk veranderd. Niet alleen zijn sociale media zoals Facebook en Twitter ongekend populair, ook op het gebied van de wetenschap zien we steeds verdere technologische ontwikkelingen. Techniek is op die manier niet alleen een verlengstuk van ons lichaam geworden maar begint er ook een integraal onderdeel van uit te maken. Dit heeft onherroepelijk consequenties voor de manier waarop wij onszelf beschouwen maar ook op de manier waarop wij ons leven inrichten.

Hetgeen in dit essay centraal staat is de vraag in hoeverre wij nog onszelf kunnen zijn, authentiek kunnen leven, in een wereld die steeds verder doordrongen raakt van techniek. De leidraad voor dit essay wordt gevormd door het boek Kunstmatig van Nature van Jos de Mul. In dit essay leg ik uit dat de mens in feite altijd al verbonden is geweest met techniek en er eigenlijk volledig van afhankelijk is, vervolgens zal ik uiteenzetten hoe wij vandaag de dag omgaan met techniek en de daarmee samenhangende technische ontwikkelingen om uiteindelijk in de conclusie de relatie met authenticiteit en authentiek leven te leggen.

Kunstmatig van nature

De mens is kunstmatig van nature stelt Jos de Mul in navolging van Helmuth Plessner. Deze gedachte leidt De Mul af van Plessners idee van een drieledige bepaling van de menselijke existentie. De mens onderscheidt zich van planten en dieren doordat hij niet alleen leeft maar ook in zekere zin beleeft. Wanneer we kijken naar planten dan leven die. Zij hebben echter geen weet van hun eigen bestaan en geen vorm van bewustzijn. Dieren daarentegen leven en beleven. ‘Het dier is, anders dan de plant, niet alleen een lichaam, maar het is ook in zijn lichaam’ (De Mul p. 72). Dieren zijn zich op een bepaalde manier bewust van hun bestaan. De mens onderscheidt zich op zijn beurt van het dier doordat hij niet alleen leeft en beleeft, net als het dier, maar zich daarnaast ook nog eens bewust is van zijn bestaan en daarop kan reflecteren. De Mul verwoordt het als volgt: ‘De mens is lichaam, hij is in het lichaam en hij is buiten het lichaam, als het gezichtspunt van waaruit het beiden is’ (De Mul p. 72). 

Als zodanig leeft de mens in drie werelden: een materiële buitenwereld, een culturele medewereld en een mentale binnenwereld. Deze buitenwereld is de wereld zoals we die in ons dagelijks leven waarnemen. De medewereld is de wereld waarin wij in interactie zijn met andere wezens en de binnenwereld bereiken wij door middel van introspectie. De mens ervaart die drie werelden vanuit zowel een buiten- als een binnenperspectief. Het lichaam bestaat niet alleen als fysiek lichaam, maar ook als een zogenaamd doorleefd lichaam dat in dat opzicht als kern voor handelen en waarnemen fungeert. De binnenwereld wordt niet alleen gevormd door een ziel maar is ook een plek waar we belevingen ervaren in de vorm van psychische processen. De culturele wereld, ten slotte, wordt niet alleen gevormd door een ik, dat de wereld vormgeeft, maar ook een wij, voor zover we door de wereld worden gevormd.

In die hoedanigheid is de mens onaf. Vanuit deze gedachte leidt Plessner vervolgens zijn stelling af dat de mens kunstmatig van nature is. ‘Als excentrisch wezen is de mens niet in balans, plaatsloos, tijdloos in het niets staand, constitutief thuisloos en moet hij “iets worden” en zich een evenwicht scheppen.’ (Plessner, p. 385). Doordat de mens excentrisch is en van buitenaf zichzelf kan beschouwen, als het ware afstand kan nemen van zichzelf ervaren we tegelijkertijd een kloof. Deze kloof proberen we te dichten door middel van techniek en cultuur. Om tot iets te komen of om zichzelf te verwezenlijken zijn techniek en de daarmee samenhangende cultuur noodzakelijk. 

De mens dus, als levend wezen inherent verbonden met techniek en techniek die noodzakelijkerwijs nodig is om de mens mens te laten zijn. Maar hoe uit die techniek zich in ons dagelijkse bestaan? Hoe constitueren wij onszelf als mens door middel van techniek in het wereldbeeld dat Plessner ons voorschotelt.

Een drievoudige uitwerking van techniek

Wanneer we kijken naar de huidige samenleving dan kunnen we techniek in feite onderverdelen in drie categorieën; een categorie waarbij techniek de mogelijkheid biedt om een digitale identiteit te creëren, een categorie die gericht is op het verbeteren van de mens als zodanig en een categorie die geënt is op het creëren van een nieuwe mens.

Een digitale identiteit

Centraal binnen de eerste categorie staat de computer en het daarmee samenhangende internet. De Mul spreekt in dit kader van Web 1.0 en Web 2.0. Het onderscheid zit hem met name in het karakter van de websites die steeds meer leunen op een of andere vorm van een database. Deze databases worden gebruikt ten behoeve van genetische manipulatie, of in combinatie met robots voor massaproductie, of op vliegvelden ingezet om terroristen te detecteren. In principe, zo stelt De Mul, is alles wat gedataficeerd kan worden, een potentieel object van database-controle (De Mul, p. 112). Daarbij worden databases steeds vaker gekoppeld aan onze browsehistorie en zo kan het voorkomen dat een zoekopdracht op Google ervoor zorgt dat op een andere website een product aangeboden wordt dat op die opdracht is afgestemd.

In het verlengde van dit fenomeen liggen sociale media die tegenwoordig ongekend populair zijn. De structuur van deze media is erop gericht om mensen aan te zetten tot het construeren van een digitale identiteit. Daarvoor dient een profiel aangemaakt te worden waarop onder andere persoonlijke gegevens, foto's en interesses opgegeven te worden. Sociale media is in die zin een collectieve vorm van zelfexpressie, stelt De Mul. Dit lijkt in eerste instantie een vrij onschuldige bezigheid, maar er schuilen addertjes onder het gras. Zo heeft de gebruiker geen enkele grip op de database-scripts die op de achtergrond werken. 'Die scripts stellen Facebook bijvoorbeeld in staat om door middel van profiling en datamining commercieel interessante patronen in het gedataficeerd leven van de gebruikers in real time te exploiteren'  (De Mul, p. 115).

Deze zelfexpressie wordt verder ondermijnd door de beperkte mogelijkheden die geboden worden. Op het eerste gezicht lijkt de gebruiker een grote mate van vrijheid te bezitten door bijvoorbeeld de mogelijkheid van Facebook om je persoonlijke unieke tijdlijn te construeren maar in de praktijk is deze vrijheid beperkt. Zo zijn er maar een bepaald aantal categorieën waar men uit kan kiezen en zijn die vaak niet vrij van bepaalde politieke vooroordelen en normen (De Mul, p. 119).

Sociale media lijken kortom een bron van vrijheid en individualiteit waarop mensen hun unieke, authentieke digitale persoonlijkheid kunnen creëren, maar in feite wordt deze vrijheid sterk beperkt door de mogelijkheden die geboden worden en worden de gemaakte profielen bovendien vrijuit geëxploiteerd voor commerciële doeleinden.

Jaron Lanier spreekt in dit opzicht van de zogenaamde zwermgeest. Projecten als Wikipedia, waarbij gebruikers artikelen over bepaalde onderwerpen kunnen aanpassen, die op die manier leiden tot een vorm van collectieve kennis, leiden volgens hem niet tot een vergroting van kennis maar eerder tot een grijze middelmaat.

De tweede categorie is ontsproten aan de steeds verder toenemende ontwikkeling van de biotechnologie. Waar deze in het begin voornamelijk werd toegepast op planten en dieren in de vorm van genetische modificatie zien we deze discussie langzaamaan verschuiven naar de mens. Deze verbetering van de genen van de mens is op deze manier nog niet mogelijk en staat nog in de kinderschoenen maar de ontwikkelingen op dit gebied gaan razendsnel.

De gemodificeerde mens

Op dit moment echter moet de mens het vooral hebben van verbetertechnologieën. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan iets simpels als een bril of gehoordapparaat, maar is de wetenschap zelfs al zover dat door middel van het stimuleren van bepaalde hersengebieden de symptomen van ziektes als Alzheimer sterk verminderen. Binnen deze ontwikkeling is aanvankelijk vaak een grote weerstand zichtbaar. Zo zijn doping, cosmetische chirurgie en medicatie als Ritalin nog steeds min of meer omstreden, maar worden die naar mate de tijd en wetenschap vordert steeds meer geaccepteerd. Uiteindelijk zal dit ook leiden tot een acceptatie van de genetische verbetering van de mens. 

Dit lijkt tevens grote gevaren met zich mee te brengen. Zo wijst de bioloog Lee Silver ons op de mogelijkheid die bestaat waarin er een wereld ontstaat die bestaat uit Genrich en Naturals, een genetische scheiding tussen mensen die toegang hebben tot genetische modificatie en de mensen die dat niet hebben en zou op zijn beurt kunnen leiden tot een oorlog tussen beide soorten. Naast dit, momenteel nog, fictieve maatschappelijke probleem moeten ook de evidente gezondheidsrisico's niet vergeten worden. 

De scheiding tussen Genrich en Naturals komt onder meer naar voren in de roman `Mogelijkheid van een Eilandvan de Franse schrijver Michel Houellebecq. Hierbij worden de Genrich vertegenwoordigd door een groep klonen die in een beschermde omgeving leven en zijn de Naturals als het ware overgeleverd aan de natuur waarbij zij min of meer teruggaan naar de oertijd en in grotten leven. Deze klonen lijken de ultieme vorm van menselijke verbetering te zijn, maar het algehele proces leidt in het boek tot een vorm van emotionele vervlakking die er uiteindelijk voor zorgt dat de hoofdpersoon zijn huis verlaat en tussen de Naturals gaat leven. Het beeld dat Houellebecq schetst lijkt nog ver weg maar dat er bepaalde problemen samenhangen met de verbetering van de mens is evident.

De mens vervangen

In het verlengde van de verbetering van de mens door middel van technologie ligt derde categorie, de mogelijkheid van de mens om zijn eigen opvolger te scheppen in de vorm van een kunstmatige intelligentie. De mogelijkheid, in feite, om de mens te vervangen.

Natuurlijk zijn er verschillende soorten robots. Zo zijn er industriële robots, robots die als verlenging van het menselijke lichaam fungeren zoals bionische armen en robots die informatie razendsnel kunnen verwerken. Waar ik me echter in het volgende op wil richten is de robot die kan optreden als een vervanging van de mens als kunstmatige intelligentie

Dit scenario wordt uitgewerkt in de recent verschenen film ‘Ex Machina'. Deze film verhaalt over een jongen die de hoofdprijs wint van een wedstrijd die is uitgeschreven door zijn werkgever, de grootste internet onderneming van de wereld. Hij mag hierna een week lang verblijven in een afgelegen huis in de bergen bij de CEO van het bedrijf waar hij voor werkt, genaamd Nathan. Eenmaal aangekomen blijkt dat hij geselecteerd is om deel te nemen aan een experiment waarbij hij dagelijks in gesprek gaat met de eerste echte kunstmatige intelligentie van de wereld. Deze verschijnt in de vorm van een androïde vrouw en is door Nathan Ava genoemd. Hij dient tijdens dit gesprek haar emoties en reacties te evalueren. Zonder al te veel over de afloop van de film te zeggen is de onderliggende gedachte van de film of er een mogelijkheid bestaat dat een robot menselijke emoties vertoont of dat die te allen tijde een robot blijft die simpelweg gebruik maakt van interne processen en artificieel denkvermogen.

Een ander voorbeeld is de fim ‘Her’ uit 2013. Hierin volgen we Theodore Twombly, een eenzame man, die in zijn eenzaamheid besluit om een computersysteem te installeren dat via een vrouwenstem tegen hem praat. Het interessante aspect aan deze film is dat de regisseur speelt met: aan de ene kant een man die steeds meer gevoelens lijkt te krijgen voor een kunstmatige intelligentie, en aan de andere kant lijkt de kunstmatige intelligentie steeds meer menselijke trekjes te vertonen. Een fascinerend gegeven omdat de grens tussen het kunstmatige en het menselijke op die manier steeds vager wordt.

Of robots ooit tussen mensen zullen wonen en of de mens ooit vervangen wordt door robots is in dit opzicht minder belangrijk en ligt nog ver in de toekomst, als het ooit al zo ver komt. Wat interessanter is is de vraag hoe een wereld bewoond door mensen en robots eruit zal zien en of robots emoties en een vrije wil kunnen hebben. De gedachte aan een wereld met robots daagt ons uit na te denken over de mens en diens identiteit in verhouding tot techniek.

Concluderend kunnen we stellen dat techniek niet alleen grote mogelijkheden met zich mee brengt maar dat het ook de menselijke identiteit ter discussie stelt. Zo lijken we door middel van bijvoorbeeld sociale media steeds meer een ‘natuurlijke’ identiteit te hebben en een digitale waarbij we ons in het echte leven misschien anders voordoen dan online. Ook de verbetering van de mens zorgt voor een kunstmatig karakter. Wat in ieder geval duidelijk is is dat het onderscheid tussen natuur en technologie steeds verder vervaagt. De mens is ontwerper. Waar de vroegere techniek nog beheerst werd om in leven te blijven lijkt technologie tegenwoordig steeds meer onderdeel van ons leven, zeker wanneer die ons lichaam binnendringt. Authenticiteit lijkt mogelijk maar wanneer we hier goed naar kijken dan krijgt ons leven steeds meer een kunstmatig karakter. Hoe kunstmatiger we worden hoe afhankelijker we ook worden van die kunstmatigheid. De Mul wijst in zijn boek ook op het onwillekeurige karakter van de technische ontwikkelingen en de vrije wil die ervan uitgaat. Misschien is het verstandig om te proberen onszelf niet voorbij te lopen maar misschien is die toekomst ook wel onafwendbaar. We moeten in ieder geval proberen onze identiteit binnen dat spanningsveld niet te verliezen.

Mul, de, J., Kunstmatig van Nature, Lemniscaat: Rotterdam, 2014. Plessner, H., Die Stufen des Organischen und der Mensch, De Gruyter: Berlijn  ,1975. Houellebecq, M., Mogelijkheid van een Eiland, De Arbeiderspers: Amsterdam, 2005. Bush, E. (Producer), Garland, A. (Regisseur), Ex Machina, USA: DNA Films and Film 4, 2015. Barnard, C. (Producer), Jonze, S. (Regisseur), Her, USA: Annapurna pictures, 2013.

Hoofdstuk 3 Techniek
Beschouwing Het kwetsbare zelf: over authenticiteit als weerbaarheid

Wat betekent het nu eigenlijk authentiek te zijn? Het wordt vaak begrepen als echt jezelf zijn, gewoon blijven, trouw aan jezelf blijven, enzovoorts. Het heeft iets te maken met gerelateerde begrippen zoals echt, waar, essentieel, natuurlijk, origineel, oprecht, eerlijk, simpel. Is het een nieuwe vorm van zingeving, een hedendaagse religie? Of is het een handige marketingstrategie die inspeelt op een wijdverbreide hang naar individualisering om ons ambachtelijk gebakken lucht te verkopen? Wat kunnen we met een dergelijk omvattend en alleszins diffuus begrip?

Bekijk Beschouwing
Essay Authenticiteit en techniek

De houding ten opzichte van techniek is de afgelopen jaren sterk veranderd. Niet alleen zijn sociale media zoals Facebook en Twitter ongekend populair, ook op het gebied van de wetenschap zien we steeds verdere technologische ontwikkelingen. Techniek is op die manier niet alleen een verlengstuk van ons lichaam geworden maar begint er ook een integraal onderdeel van uit te maken. Dit heeft onherroepelijk consequenties voor de manier waarop wij onszelf beschouwen maar ook op de manier waarop wij ons leven inrichten.

Lees essay
Volgend hoofdstuk
Zelfverbetering



Alle essays en artikelen
Bekijk
Inhoudsoverzicht

Bekijk
Volgend artikel

Waar ben ik beland?
Delen op

Facebook
Twitter