De authenticiteitsparadox

Hoofdstuk
Artikelen Colofon
Delen

Authenticiteit en maatschappij

Tekst Illustratie
Tjalle Hijlkema Anne Staal

Werkgevers zoeken authentieke werknemers, we willen natuurlijk voedsel zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen en bovendien volgens originele receptuur, we maken verre reizen naar landen waar de oorspronkelijke stammen nog in hun natuurlijke habitat leven en kijken naar televisieprogramma’s die het oorspronkelijke boerenleven laten zien. Dit zijn slechts een aantal voorbeelden die aantonen hoe sterk onze hunkering naar het echte, pure, authentieke leven is.

Ook binnen de filosofie kent authenticiteit een lange geschiedenis waarbij het begrip misschien wel het sterkst naar voren kwam in de 20e eeuw toen de existentialisten het onderwerp écht op de agenda zetten. Zo was volgens de Franse filosoof Jean-Paul Sartre de mens pas authentiek wanneer die vrij was om zijn eigen ware keuzes te maken. Waarbij dit overigens vaak niet lukte. Authentiek leven was voor de meeste existentialisten dan ook een problematisch gegeven. De Duitse filosoof Martin Heidegger vertrok daarom vanuit een negatief startpunt; de mens is van nature inauthentiek en kan pas authentiek worden als die zijn eigen plan trekt en zogezegd ontstijgt aan wat ‘men’ van hem verwacht.

In dit essay zal ik echter niet uitgaan van het authenticiteitsbegrip van die filosofen maar een andere filosoof uitgebreid behandelen, de zogenaamde geestelijk vader van de authenticiteit: Jean-Jacques Rousseau. Ik doe dit aan de hand van het boek Rousseau en ik dat geschreven is door Maarten Doorman. Ik zal eerst kort de ontstaansgeschiedenis van het begrip uiteenzetten om daarmee aan te tonen dat het authenticiteitsbegrip met een groot probleem worstelt. Uiteindelijk zal ik pogen een herdefiniëring van het begrip te geven.

  • Authenticiteit als iets natuurlijks

    ‘Rousseau belichaamde in zijn werk een ideaal. Het ideaal van de authenticiteit, het natuurlijke, het echte’ (Doorman, p. 13).

Dit idee van Rousseau, waarbij authenticiteit als iets echts of natuurlijks wordt gedefinieerd, ontstaat in eerste instantie doordat hij een grote scepsis tegen de toen geldende idealen van de Verlichting koesterde. Met name het grote vertrouwen in de wetenschap en de daarmee samenhangende vooruitgang en emancipatie zijn hier een voorbeeld van. Volgens Rousseau maakte die vooruitgang onze omgangsvormen kunstmatig en raakten we juist verder verwijderd van onze oorspronkelijke staat van goedheid, in plaats van er dichter bij te komen.

De mens is volgens Rousseau, in al zijn pogingen om vooruit te komen, vervreemd geraakt van zijn natuur. Deze natuur uit zich in zijn gedachten als ‘een paradijselijke situatie, naar oorsprong en zuiverheid en naar de kracht van de jeugd’ (Doorman, p. 28). Volgens Rousseau zijn we deze plek van oorsprong en zuiverheid kwijt geraakt doordat we zijn gaan samenleven en daarmee de beschaving zijn intrede deed. Hij stelt daarom in zijn Discours sur l'origine et les fondements de l'inégalité parmi les hommes dan ook het volgende:

‘De eerste man die een stuk land omheinde zei: ‘dit is van mij’ en vond anderen naïef genoeg om hem te geloven. Deze man was de ware stichter van de burgermaatschappij. Van hoeveel oorlogen, misdaden en moorden, van hoeveel ellende en armoede zou men niet verlost gebleven zijn wanneer niet iemand de stokken uit de grond getrokken had, de kuilen gevuld had en naar zijn mannen geroepen had: pas op voor deze ellendeling; het zal je einde betekenen als je vergeet dat de vruchten van de aarde van ons allen zijn, en de aarde van niemand’.

Rousseau geloofde in de goedheid van de mens en bekritiseerde daarom de Engelse filosoof Thomas Hobbes die uit ging van een natuurtoestand waarin de mens slecht is. Maar, zo stelt Doorman, dit betekent niet dat Rousseau zint op een terugkeer naar de natuur in de letterlijke zin van het woord. Het is eerder een moreel appèl, een oproep tot authenticiteit (Doorman, p. 32).

Het hedendaagse verlangen naar authenticiteit

Deze authenticiteit en vervreemding spelen ook in ons dagelijks leven nog een belangrijke rol. Zo zijn er tal van voorbeelden te noemen die dit weergeven. Zo is Facebook een platform dat dient ter verbreding van de ‘vrienden’kring en kan iedere puber contact hebben met zijn leeftijdgenoten aan de andere kant van de wereld. In zekere zin dus een vorm van vervreemding van de echte wereld, digitale vrienden zijn immers geen ‘echte’ vrienden. Dit wordt ondervangen door de mogelijkheid je tijdlijn te personaliseren met foto’s en interesses. Het vervreemdende karakter wordt opgeheven door authentieke onderdelen uit de persoonlijke sfeer toe te voegen. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om teksten te voorzien van zogenaamde emoticons die er voor moeten zorgen, de naam zegt het al, een bepaalde mate van emotie aan te brengen. Kortom, de digitalisering van de maatschappij creëert een verlangen naar iets echts.

Ook op televisie zien we de afgelopen jaren een hernieuwde drang naar authenticiteit. Schoolvoorbeeld hiervan is het programma ‘Boer zoekt Vrouw’, dat in alles het authentieke, echte boerenleven probeert te tonen. Dit begint al bij de presentatrice, die, vaak gekleed in geruite bloesjes, haar hond meeneemt als ze bij de boeren op bezoek gaat, waarbij men niet schroomt om dit tafereel te voorzien van een oude volkswagenbus die op zijn beurt voorzien is van kleine gordijntjes en een tafeltje met authentieke kopjes en schoteltjes. Verder zien we een ongelofelijke reeks aan reality televisie. Dit fenomeen begon in 1999 met het Nederlandse Big Brother, waarna het concept de hele wereld veroverde. Centraal in alle varianten die nu te zien zijn zijn de gewone mensen. De kijker wil vermaakt worden, maar wel door iets echts te zien in voor hun herkenbare situaties.

Niet alleen op digitaal vlak zien we een hunkering naar authenticiteit terug, maar ook als we simpelweg in ons keukenkastje kijken. Zo worden producten gemaakt volgens een oud beproefd recept, worden er geen kunstmatige geur- en kleurstoffen meer toegevoegd en zorgt het eten ervan voor een unieke smaakbeleving. Verder reizen we naar verre streken om onszelf of een traditionele stam te zoeken, gaan we steeds vaker de natuur in, drinken we het liefst koffie die traditioneel wordt gemalen in een authentieke koffiebar en bewerken we onze foto’s met een instagram filter.

De authenticiteitsparadox

Wat echter opvalt is dat al deze zaken op een bepaalde manier gekunsteld over komen. Op sociale netwerken proberen we spontaan en oprecht over te komen, maar houden we ons wel bezig met wat we erop zetten en op welke manier. Boer zoekt Vrouw wordt geregisseerd en minutieus in scéne gezet. De verre reis naar midden-amerika wordt ver van tevoren gepland. De zogenaamde authentieke producten komen nog steeds uit een fabriek en de hippe koffiebar wekt de schijn puur en oprecht te zijn, maar speelt ook slim in op de trend om kwalitatieve koffie te serveren en zo meer omzet te genereren.

Er gaat achter dit alles dus een paradox schuil. Een paradox die onherroepelijk samenhangt met het streven naar authenticiteit en die Maarten Doorman in zijn boek als volgt omschrijft:

‘Wie echt wil zijn is dit per definitie niet, want met het bewustzijn van dat verlangen is de onechtheid er ook, zoals de dag slechts bestaat bij de gratie van de nacht en zoals met de geboorte onze dood een onvermijdelijk gegeven wordt’ (Doorman, p. 37). Ons leven is doorspekt met verlangen naar authenticiteit waarbij die altijd op zijn tegendeel stuit. Daarom stelt Doorman ook dat we misschien wel helemaal niet op zoek zijn naar authenticiteit.

‘We leven in een periode van verveling en nostalgie. Idealen zijn achterhaald, klassieke zingeving is door ontkerkelijking problematisch geworden en we missen de overzichtelijkheid van vroegere decennia. Mensen hebben het gevoel dat de geschiedenis voorbij is en verlangen daarom des te meer naar een veronderstelde echtheid in het als wezenloos ervaren bestaan, een echtheid die er ooit zou zijn geweest en nu zou zijn verdampt’ (Doorman p. 107).

Zo is de top 2000 ongekend populair, zijn films en series die zich afspelen in de jaren ’20 of ’60 aan de orde van de dag en worden historische romans meer gelezen dan ooit.Deze drang naar iets van vroeger, naar iets dat ooit bestond en verloren is gegaan wordt misschien wel het beste omschreven door de Canadese filosoof Andrew Potter. Hij spreekt in zijn boek The Authenticity Hoax over het fenomeen rainbow-chasing: ‘Het begrip authenticiteit verwijst niet naar iets wat bestaat of ooit bestaan heeft, maar naar oordelen, claims en voorkeuren ten opzicht van anderen en de wereld om ons heen. Het eeuwenlange hunkeren naar authenticiteit is als het verlangen de regenboog aan te raken’ (Doorman p. 113).

Volgens Potter valt het verlangen naar authenticiteit juist samen met het verlangen naar sociale status wat gefundeerd wordt in een combinatie van nostalgie, subjectivisme en geldingsdrang. Hij kijkt dan ook liever naar de toekomst en ziet af van het begrip authenticiteit omdat het volgens hem alleen maar verwijst naar een betere wereld die ooit bestaan zou hebben. Vooruitgang toont in ieder geval nog een vertrouwen in de toekomst. Maar, zo stelt Doorman, vooruitgang is een goed alternatief, maar wellicht niet voldoende omdat het in een bepaald opzicht het tegenovergestelde van nostalgie is; het wijst naar voren terwijl nostalgie naar het verleden kijkt. Hij voegt daarom de notie van traditie en kwaliteit toe.

‘Draait het bij het verlangen naar authenticiteit niet eerder om een verlangen naar kwaliteit, verankerd in tradities, zonder dat die tradities hoeven te leiden tot rigide conservatisme of nostalgie, aangezien ze de voedingsbodem zijn voor het handelen van nu? Dus uiteindelijk inderdaad om zoiets als vooruitgang? Want vooruitgang is, anders dan vaak gedacht wordt, juist altijd met het verleden verbonden en slechts gericht op een toekomst vanuit dat verleden’ 

Doorman, M., Rousseau en Ik, Uitgeverij Bert Bakker: Amsterdam, 2012.

Hoofdstuk 1 Maatschappij
Essay Authenticiteit en maatschappij

Werkgevers zoeken authentieke werknemers, we willen natuurlijk voedsel zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen en bovendien volgens originele receptuur, we maken verre reizen naar landen waar de oorspronkelijke stammen nog in hun natuurlijke habitat leven en kijken naar televisieprogramma’s die het oorspronkelijke boerenleven laten zien. Dit zijn slechts een aantal voorbeelden die aantonen hoe sterk onze hunkering naar het echte, pure, authentieke leven is.

Lees essay
Column Sprookjesbos

Als ik toch eens in de Hutspot mocht wonen, dan heeft alles betekenis. Het eerste dat ik zie als ik wakker word zijn de reageerbuisjes met gedroogde paardenbloemen aan de muur. Die herinneren me aan de tijd dat ik reageerbuizen jatte uit het scheikundelokaal en paardenbloemen leeg blies om te bepalen of een klasgenoot verliefd op me was.

Bekijk Column
Essay Uniek in je eentje, maar wat dan nog?

Er overkomt me dikwijls een kriebelig gevoel, wanneer ik de trappen van de UB in Groningen beklim. Geen leuke kriebel, die je voelt als je gaat verhuizen, maar eerder eentje die je krijgt van de friemelende pootjes van insecten. Jeuk. Clipjes geklemd in lange, glanzende haren. Elastische, beschadigde “broeken” – voor zover dit kledingstuk nog onder de categorie broek valt– met felgekleurde sportschoenen eronder. ‘Boef’-truien waarbij je al weet dat niemand minder ondeugend is dan de drager ervan. Ik scan mezelf om te checken of ik genoeg van dit prototype Groningse studente afwijk.

Lees essay
Volgend hoofdstuk
Zelfverbetering



Alle essays en artikelen
Bekijk
Inhoudsoverzicht

Bekijk
Delen op

Facebook
Twitter